Handreiking | 16 april 2024 | Leestijd 2 minuten

Groen en gezond leven in de stad: netwerken met meer ruimte voor natuur, bewegen en ontmoeten

Met de bouw van 1 miljoen extra woningen komt de gezonde leefomgeving in de stad onder druk te staan. De openbaar (toegankelijke) en groene ruimte in de stad moet met de komst van extra woningen aan nog meer bewoners ruimte bieden. Groenblauwe, gezonde netwerken in de stad bieden ruimte om te lopen, recreëren, sporten en ontmoeten, van de voordeur tot het buitengebied. Daarnaast vervullen zij een taak in het bevorderen van biodiversiteit, waterretentie en het tegengaan van hittestress. Deze netwerken zijn een noodzakelijk element in het leefbaar houden van steden en dorpen in de toekomst.

Loes van Wolferen

Trekker Groen en gezond leven in de stad

Wat is de handreiking?

De handreiking Groen en gezond leven in de stad (zie pdf links of onderaan de pagina) brengt de verschillende aspecten rondom gezonde groenblauwe netwerken bij elkaar. Het document inspireert met goede voorbeelden, organiseert inrichtingsmogelijkheden en benoemt acties en instrumenten voor het bereiken van de doelen, van eerste idee tot aan realisatie en beheer & onderhoud (proces, governance, etc.) voor het gehele bebouwde gebied.
Een set ruimtelijke inrichtingsprincipes helpt om samenhangende en overwogen ontwerpkeuzes te maken die tot een geslaagd groenblauw netwerk leiden. Deze principes werken nadrukkelijk door de schalen heen: van de voordeur en voortuin, via groene straten en parken tot in het buitengebied.
Het instrumentarium behandelt wat overheden kunnen doen om tot goede planvorming en realisatie van het netwerk te komen. Hierbij zijn inhoudelijke elementen (ruimtelijk, financieel, kennis en betrokkenheid) gekoppeld aan bestaande instrumenten zoals beleid, omgevings- en bestemmingsplannen, visies, participatie, programma’s en regelingen. Ook wordt de link gelegd met de vele Rijksprogramma’s die een bijdrage kunnen leveren aan het realiseren van de ambities van groen en gezond leven in de stad.
Een handelingsperspectief brengt bovengenoemde sporen bij elkaar; waarbij beleidsvorming en visievorming continu op elkaar afgestemd kunnen worden.

De handreiking biedt geen kant en klare oplossing. Keuzes op het lokale schaalniveau zijn contextafhankelijk en besluiten moeten door bestuurders van lokale overheden gemaakt worden. Wel maakt de handreiking de keuzes en ruimtelijke afwegingen daarachter inzichtelijk en biedt informatie en handvatten om ze te maken. De handreiking brengt beschikbare kennis, voorbeelden en instrumentarium bij elkaar in een overzichtelijke aanpak. Het is geen nieuw beleid. Daarbij signaleert het ontbrekende instrumenten en doet het aanbevelingen voor doorontwikkeling van de aanpak op zowel nationaal als decentraal niveau.

Voor wie is de handreiking?

De handreiking is primair bedoeld voor gemeentes, die voor deze opgave staan, maar nog niet goed weten hoe ze deze opgave moeten oppakken. Daarbij is geen onderscheid gemaakt tussen stadsontwikkeling en stedelijk beheer: voor een integrale benadering is de betrokkenheid van beide organisatieonderdelen noodzakelijk. Ook samenwerking met partners buiten de eigen gemeentelijke organisatie hoort daarbij zoals waterschappen en
bewoners, maar ook buurgemeentes en provincies voor continue grensoverschrijdende structuren. De handreiking helpt ook om de noodzaak voor integrale aanpak, werkwijze en afweging te onderbouwen bij bestuurders en volksvertegenwoordiging. Zij maken de keuzes en afwegingen voor gebiedsgerichte planvorming, uitvoering, beheer en het opstellen van ruimtelijk beleid. Daarnaast biedt de handreiking input en aanbevelingen voor departementen en Rijksprogramma’s, die beleid ontwikkelen in relatie tot groene en gezonde transities in de stad, zoals de Nota Ruimte, de NOVEX verstedelijkingsgebieden en Groen in en om de Stad.

Verhouding tot de andere handreikingen

De handreiking voor groen en gezond leven in de stad is stadsbreed en raakt daardoor de twee andere thema’s binnen het perspectief Leefbare steden: ’Transformatie naoorlogse wijken’ en ‘Stedelijke Knooppunten: een breder perspectief’. De bouwstenen, inrichtingsprincipes en instrumentarium uit deze handreiking kunnen dus ook gebruikt worden bij de twee andere thema’s. Daarnaast heeft deze handreiking een groot raakvlak met het thema ‘Natuur en landbouw verweven: Groenblauwe dooradering van het landelijk gebied’ uit het perspectief Landbouw & Natuur. Netwerken in het buitengebied stoppen niet op de grens van het bebouwd gebied. Datzelfde geldt voor de groen(blauw)e netwerken in de stad. De ambitie is om één samenhangend netwerk te vormen. Vanuit de bewoners (mensen, planten en dieren) van de stad gezien is het buitengebied direct grenzend aan de stad een interessant (uitloop)gebied in aanvulling op het groen in de stad. Er is daarom samenwerking gewenst in de visievorming op deze continue netwerken, maar ook samenhang in de ruimtelijke uitwerking. De toolbox van concrete landschapselementen en inrichtingsprincipes voor ieder landschapstype uit de handreiking voor groenblauwe dooradering kan daarom als inspiratie worden gebruikt voor de inrichting in de stad.

Alliantie

De alliantiepartners, die betrokken zijn (geweest) bij de totstandkoming van deze handreiking, zijn te vinden in het colofon achterin het document, dat te downloaden is via de link hieronder.

Ontdek gerelateerde artikelen en kennis

Steden & regio's
Kennis

Transformatie naoorlogse wijken

De Nederlandse woonomgeving staat voor een ingrijpende verbouwing om duurzamer te worden, met meer ruimte voor groen, klimaatadaptatie, energie- en warmtetransitie, en de mobiliteitstransitie. Met name de naoorlogse woonwijken zijn op dit moment aan een kwaliteitsimpuls toe. Met een samenhangende aanpak gericht op het verbeteren van de leefomgevingskwaliteit in naoorlogse wijken kunnen we een groot gedeelte van het bestaand bebouwd gebied toekomstbestendig maken en gericht woningen toevoegen. Met de ontwikkeling van een handreiking ondersteunen we zo de uitvoering van de verduurzamingsopgave (energietransitie, klimaatadaptie, mobiliteit) in de woonwijken en ontsluiten we kennis over binnenstedelijk verdichten (wonen en werken). Zo kunnen we van de naoorlogse wijken de woonomgeving van morgen maken.

Lees verder