| 1 februari 2024 | Leestijd 2 minuten

Een verbreding van de ziel in Ruimtelijke kwaliteit

Energie & economie Landbouw & natuur Steden & regio's Belevingswaarde Gebruikswaarde Toekomstwaarde

Paul Roncken, landschapsarchitect, schrijver, docent en wetenschapper, is directeur van de stichting NatuurCollege, een innovatienetwerk voor hedendaagse relaties tussen mens en natuur in onderzoek, onderwijs en verbeelding. Daarnaast is hij gastonderzoeker aan de Wageningen Universiteit en zelfstandig adviseur. Op uitnodiging van MooiNL deelt hij zijn inzichten over de ziel van Ruimtelijke kwaliteit.

Beeld: Giuseppe Reichmuth

Paul A. Roncken

PhD landschapsarchitect, NatuurCollege, Wageningen University & Research

Sinds ik als student landschapsarchitectuur ook maar iets, een glimp van architectuur begon te begrijpen, is mij door mijn leermeesters verteld, dat modernistische architectuur of renaissance bouwkunst in hun ogen nog steeds het beste en meest diepzinnige is van alle pogingen om bouwkunst grootser te maken dan doodgewone aannemerij. Deze diepzinnigheid kon je tijdens één van de vele excursies niet zelf ervaren, omdat deze kwaliteit niet meer bestaat. De ziel is eruit. Wat ik mij afvroeg, waar is de ziel dan wel?

De drie Vitrivius waarden

Tegelijkertijd gaven mijn leermeesters me ook een heel eenvoudige ontwerpregel mee. Het was een hele geruststelling dat Ruimtelijke kwaliteit maar uit drie waarden bestaat – gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde – en dat deze drieslag al sinds de bouwkunst van het oude Romeinse rijk een bewezen universele basis biedt (Vitruvius Pollio, 85 – 20 v. Chr.).

Terugkijkend, bespeur ik in mijzelf een verandering van inzicht. Onbedoeld is deze drieslag een erfenis van wat tegenwoordig wordt aangeduid als ‘een koloniaal verleden’ door de invloed van de militaire Romeinse overheersing en de heropleving ervan via het neoclassicisme van de renaissance. De officiële status van Ruimtelijke kwaliteit volgens deze drieslag in Nederland met de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening (1988) is niet onbesmet of neutraal.

Beeld: Giuseppe Reichmuth

Een meer open existentie

Het verdriet van mijn leermeester over de verdwenen ziel van architectuur is voor mij een guilty pleasure. Hun verdriet toont aan dat een ziel bestaat. Maar in de bedrukkende werkelijkheid van deze 21e eeuw komt existentie vóór essentie. Heel graag deel ik een heimwee naar een verheven essentie in bouwkunst en wil ik die herkennen in de leidraad en drieslag van Vitruvius. Maar er bekruipt me steeds een voortschrijdend inzicht dat er zeven vinkjes voor nodig zijn om deze essentie te doorgronden, en om er urgentie voor te voelen. In plaats daarvan, is een meer open existentie nodig. Het ideaal dat (bouw)kunst betoverend en troostend moet zijn in een wereld vol leed kan echt niet meer. Bouwen voor een doelgroep kan ook niet meer, tenzij die doelgroep een groter ‘wij’ is. Verbreed voorbij het menselijke.

Deze verbreding is nu al te herkennen in prijsvraaginzendingen en meer conceptuele ontwerpverkenningen. Hierin wordt vaak een basis geïntroduceerd met vijf tot acht en soms zelfs negentien (!) leidende principes. Het volgen van deze principes leidt niet direct tot Ruimtelijke kwaliteit, maar zorgt wel – en wijselijk zo – voor randvoorwaarden waarin alle vormen van kwaliteit kunnen ontstaan. Misschien is het een echo van een toenemend aantal leidende principes als randvoorwaarde voor de hele complexiteit van het leven zoals de SDG’s (Zeventien Sustainable Development Goals) en GTP’s (Negen Global Tipping Points) en IBPES beoordeling (Intergovernmental Science Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services).

Er zit wijsheid verpakt in deze verbreding. Niet minder regels, maar meer principes. Meer precisie, beter vast te stellen en beter bij te houden. Meer existentie. Het is een transformatie waarbij de genie-expert als een enkele persoon verdwijnt. Vitruvius verdwijnt en wordt bijvoorbeeld burgerberaad. Niet-experts en niet-zeven-vinkers die vrij maar tussen vangrails van concrete principes toewerken naar complexe Ruimtelijke kwaliteit. Volgens mij komt dat dicht in de buurt van een ziel.

Ontdek gerelateerde artikelen en kennis

Ruimtelijke kwaliteit
Kennis

2024: werken aan Ruimtelijke kwaliteit

Tijdens haar tweede partnerevent op 7 december 2023 presenteerde Mooi Nederland de oogst van de ontwerpend onderzoeken naar wenkende toekomstperspectieven (richting 2050 en 2100) en concrete handelingsperspectieven op gebiedsniveau (richting 2030). Deze ‘producten’ laten zien hoe Mooi Nederland, vanuit het Rijk en met partners in het land, Ruimtelijke kwaliteit wil versterken. Ruim 200 alliantiepartners en andere stakeholders, van beleidsmakers via ontwerpers tot ruimtemakers uit heel Nederland, wogen de resultaten. Doel: samen kijken waar kansen liggen om aan de slag te gaan met Ruimtelijke kwaliteit.

Lees verder